| | | |  
Interview Arendskerkes Oranjeklant

Laatste artikelen

Bijzondere gebeurtenissen


WWW ARENDSKERKE.NL




Uit de Score - juni 2013

Elf interlands voor het Nederlands elftal speelde ze maar dat hadden er best meer kunnen zijn als ze wat fanatieker was geweest. De prestatie blijft echter onveranderd. Nu woont Janita Mol-Davidse op een flinke vrije schop afstand van de velden van Arendskerke, waar de ze allerjongsten traint.

Het is wel eens moeilijk om langs de lijn te staan bij de mini’s. “Je moet heel veel geduld hebben en niet te fanatiek zijn. In het begin was ik vooral veters aan het strikken, maar nu wordt het leuk. Er komt spel in, maar zoiets duurt zeker een seizoen. Ik probeer ze mee te geven dat ze over moeten spelen, dat ze niet moeten mopperen en dat plezier het belangrijkste is.”

Zelf begon Janita ook op jonge leeftijd met voetballen. Bij Colijnsplaatse Boys, de club van haar vader, en later Bevelanders. Via selecties van het Zeeuws elftal viel haar naam midden jaren negentig in Zeist, waar ze werd opgeroepen voor de nationale selectie tot zestien jaar. “Toen eisten ze wél dat ik hoger ging voetballen. Oostkapelle zat toen net in de lift, Kloetinge juist niet.” De keuze voor de Walcherse club, anno 2013 nog altijd dé trekker van het Zeeuwse vrouwenvoetbal, was dus snel gemaakt.

De tijden bij Oostkapelle waren zwaar. Ze trainde twee keer met het dameselftal, trok iedere dinsdag naar Zeist voor onder zestien, speelde zaterdags natuurlijk een wedstrijd en ging later ook nog eens met het tweede van de mannen meetrainen. “En ’s avonds speelde ik ook nog zaalvoetbal. Gingen we ’s zaterdags op stap, dan zocht ik als eerste een barkruk op.”

Toch beleefde ze een mooie tijd. Zweden, de Verenigde Staten, Portugal… Ze heeft er gespeeld. Onder haar medespeelsters bevond zich ook Barbara Barend. Zij aan zij stonden ze op het middenveld. “Rechts en linkshalf. Zij de harde werker, ik gaf de passjes. Ik pakte ook weinig kaarten, was niet zo gemeen. Liever ging ik het duel uit de weg.”
In het grote Oranje speelde ze ook nog even samen met voormalig vrouwenbondscoach Vera Pauw, die toen in de nadagen van haar carrière was. Janita blijft uiteindelijk steken op elf interlands. “Ik was net niet fanatiek genoeg en zat vooral op de bank. Andere pasten hun werk op het voetbal aan. Drie jaar lang heb ik de gedachte gehad: ik kom hier niet aan de bak. Dan had ik namelijk nog hoger moeten gaan voetballen, in Rotterdam bijvoorbeeld. Daar had ik geen zin in.”

Tijdens haar Oranjeperiode is ze bij haar club Oostkapelle één van de steunpilaren. Het kwam voor dat de wedstrijd van haar team werd uitgesteld omdat zij met Oranje op pad was. Als ze in september 2002 haar 250ste wedstrijd voor de geel-blauwen speelt – ze is dan pas 26 – weet ze dat het haar laatste jaar wordt. Een chronische achillespeesblessure belemmert haar in het voetballen. “Dat laatste jaar was net minste. Je merkte dat er een generatiekloof was. Maar ja, ‘ik ga nog een jaartje door’, denk je dan.”

Janita is de nu de enige van het gezin die niet meer zelf voetbalt. Haar echtgenoot Wim speelt bij Borssele, zoon Merijn (8) in de F1 van Arendskerke en dochter Dian (6) in de mini’s. In de voetsporen van haar moeder dus. Janita: “Toen ze vier was, heeft ze al eens een wedstrijdje meegedaan. Ze is ook helemaal voetbalgek.”

Startpagina
Naar boven
Vorige
Volgende Mail de redactie