| | | |  
VVA 75 jaar - jubileumboek hoofdstuk 2

Bijzondere gebeurtenissen

Van de bestuurstafel



WWW ARENDSKERKE.NL




Inhoudsopgave
1. Voorwoord Jan Loopik, voorzitter 10. Oud trainers
2. De eerste jaren van 's-Heer Arendskerke 11. Mijn jaren bij 's-Heer Arendskerke
3. Uit de oude doos 12. VVA, een echte Boerenclub
4. Van VV 's-Heer Hendrikskinderen naar
VV 's-Heer Arendskerke
13. VVA 75 jaar oud
5. Met z'n elven goed voor 211 doelpunten 14. Dames- en meisjesvoetbal
6. 60 jaar, waar is de tijd? 15. Zaalvoetbal in de jaren '90
7. 60 jaar lang voetbal op 's-H. Arendskerke 16. Accomodatie ZOEF
8. De voetbal in de jaren '70 17. Hoogtepunt: VVA naar de 2e klasse
9. De eerste jaren zaalvoetbal en
kersttoernooi
18. Zo ziet men 's-Heer Arendskerke

De eerste jaren van VV's-Heer Arendskerke
door Ko Lindenbergh

Hieronder volgt een weergave van de herinneringen die ik heb aan de eerste jaren van de v.v. ‘s Heer Arendskerke, zolang ik er actief aan het deelgenomen. Op het eind van de twintiger jaren bezochten een aantal jongens scholen in Goes en Middelburg. In Goes waren dat de ambachtschool, de ULO, de MULO en de RHBS. In Middelburg de Handelsschool.
Deze jongens fietsten met elkaar vanaf de muziektent om 8 uur ‘s morgens naar hun respectievelijke scholen, de Middelburgers reisden per trein en kwamen daar al of niet intensief in aanraking met de sport in het algemeen. Ze kregen gymnastiekles in een zaal en bij goed weer ook buitensporten op een veld. Daar kwamen, naast atletiek, ook de teamsporten aan de beurt en daar leerden ze de spelregels van voetbal, hockey, slagbal enz.

In die tijd veroverde de voetbalsport ook ons land en het was geen wonder dat de genoemde groep thuis ook een balletje ging trappen en wel volgens de regels. Eerst op
een verloren stukje gras, daarna op een weiland van mijn vader die het belangeloos afstond en de vergunning direct introk als we wat verkeerd deden of het vee de wei in moest.

Het waren nog geen echte leren voetballen, maar die kwamen er gauw toen onze ouders er lol in kregen, omdat we zo enthousiast als een grote vriendenkring bezig waren.

Wie waren nu die eerste voetballers van het dorp. Ik herinner me nog de volgende uit die eerste dagen. Danker Weststrate Jzn, Adriaan Wisse, Gillis van de Velde, Job Meijers, Dies Nagelkerke Janzn., Willem Tielkemeijer, Sijbrand v.d. Broeke, Sacco v.d. Made, Ko Lindenbergh, Ko Pieterse, Henk van Antwerpen, Marien Nagelkerke Mzn, Jaap Weststrate Mzn (Bob) e.a.

Met behulp van de burgemeester (Lewe van Nyensteyn) hebben we in 1930 een club opgericht. De burgemeester werd tegelijk donateur voor fl10,- en onze ouders en enkele liefhebbers volgden hem.

Het ballenprobleem was toen opgelost, We formeerden een elftal en gingen in de naburige dorpen tegen soortgelijke beginners voetballen. In het begin alles op de fiets op zaterdagmiddagen of in de zomer avonds na het eten. We kwamen dan wel in het donker thuis en reden dan vaak ook zonder licht, om de doodeenvoudige reden dat
we geen lantaarn op onze fiets hadden.

Zo bezochten we Nisse, Nieuwdorp. Wolphaartsdijk, Kapelle, Goes, ‘s Heerenhoek en Ovezande. Later toen we eenmaal in de zaterdagcompetitie speelden (ik weet niet meer wanneer dat is begonnen) hadden we voor de lange reizen dikwijls twee luxe auto’s tot onze beschikking n.l. van Jaap Westrate sr. en Jan Nagelkerke, allebei handelaren in aardappelen en uien. Die twee waren als het ware onze supporters en steunden ons van
alle kanten.

Met elf of twaalf jongens in twee niet te grote auto’s hadden we een fantastische reis elke keer. Onze chauffeurs waren de beste supporters die we hadden, het gebeurde ook wel dat Jan Nagelkerke als scheidsrechter fungeerde. We hadden een hechte vriendenkring en hadden ook succes, want we hadden een fantastische keeper in Sijbrand v.d. Broeke en een geweldige voetballer in Sacco v.d. Made. Op een foto van 28 augustus 1931 staat
ook Jaap Weststra Bzn als linkshalf. Het was op Nieuwdorp en we verloren met 7-3.

Onze club heette K.D.O. “Kracht door Oefening”. Al spoedig hadden we een vrij groot aantal leden, waardoor er een tweede elftal kon worden gevormd. Het ging nog steeds om jongens van ongeveer twaalf tot zestien jaar. De jongens die enkele jaren ouder waren en werkten, kwamen ook kijken als wij speelden en ze trapten ook wel een tegen onze bal met hun klompen, want die droeg toen iedereen. Zij waren echter ongetraind en op zijn zachts gezegd wisten ze van de spelregels weinig af. Wij moesten ze niet in
de club hebben en zo ontstond bij hun de gedachte ook een voetbalclub op te richten. Die is er ook gekomen, ik weet niet meer in welk jaar maar het lag voor de hand dat we samen zouden gaan (in 1936).

Wij hielden echter ons vriendenclubje zo goed mogelijk tij elkaar. Er kwamen natuurlijk wel andere leden bij, maar we vormden toch een hecht geheel met z’n twaalf of veertienen. Marien Sanderse Azn was al spoedig bij ons evenals Bob en Jaap van Bij.

Natuurlijk kon dat zo niet blijven. Er gingen jongens elders werken of verhuisden of hielden er gewoon mee op, zodat langzamerhand de samenstelling van ons allereerste
elftalletje veranderde. We werden groter, er gingen spelers naar het eerste elftal dat op zondag speelde.

Wij kwamen altijd in de zaterdagcompetitie uit, waar we één keer kampioen zijn geworden, ik was toen aanvoerder. Een tweede keer waren we er bijna. We moesten de laatste puntjes halen in een wedstrijd tegen de Patrijzen van ‘s Heerenhoek.

Tegen het einde van de wedstrijd, het was toen gelijkspel, kregen we een penalty. Ik was toen ook aanvoerder en stond zoals gewoonlijk met Marien Sanderse back. Ik gaf Danker Weststrate opdracht de penalty te nemen maar die wilde het niet. De tweede die ik aanwees wilde het ook niet. Ik ben toen naar voren gegaan en heb de penalty gemist en we werden geen kampioen. Ik heb dit nog lang aan moeten horen van diverse kanten.

Eerst in de oorlog kregen we vergunning om op zondag te voetballen van het gemeentebestuur. We speelden toen al op het huidige sportterrein, maar we moesten tussen de kerktijden in spelen, dus van twaalf tot twee of na half vier.

Daarvoor speelden we in Pollestein, op de Dee, in de Poel op een wei van M. Rijk en op een wei achter de boomgaard van Anton Vermet. De volgorde waar ik ze nu in noem is geloof ik niet helemaal goed.

Ik heb later ook nog in het eerste elftal op zondag gespeeld, maar dat is lang bij vele ouders een bezwaar geweest. Ik weet nog goed, als we een vergadering hadden in ons clubhuis Café de Tol, dan waren er junioren die van hun ouders niet naar de vergadering mochten, omdat die in een café werd gehouden.

Toen we in latere jaren met een bus naar wedstrijden reden waren er spelers, ook oudere, die op de bodem van de bus gingen liggen tot we voorbij hun huis waren. Ik heb ook nog een tijd gehad, dat ik zaterdags mijn voetbalspullen bij Sanderse op de dijk bracht, als ik de andere dag moest meespelen.

Een leuk voorval was het volgende. Marien Sanderse Azn, waar ik vele jaren mee back stond, met achter ons Sijbrand v.d. Broeke in het doel, waar we goed op konden vertrouwen, gaf altijd van die harde trappen. Veelal punters. En zo’n trap ging dan gepaard met een luid “ksst”. Als hij de bal goed raakte kwam hij vast in de buurt van
het andere doel terecht, wel of niet goed gericht, meestal hoog door de lucht. Eén keer schopte hij door de bal heen, die aan zijn schoen bleef hangen. De kwaliteit van de toenmalige lerenballen was niet denderend.

Als ze eenmaal een paar keer nat waren geweest, dan werden ze hard en zwaar. Een kopbal kon dan slecht aankomen. Op oude foto’s zie je dan nog wel eens spelers die een kalotje op hebben. In de zondagcompetitie, waar het eerste elftal in speelde, waren sterkere clubs vertegenwoordigd, waardoor er nog al eens harde wedstrijden werden gespeeld.

Er waren van nature vijandige clubs en fervente tegenstanders. ‘s Heer Hendrikskinderen was een ruw spelende club, Yerseke was ook voor geen kleintje vervaard en Kortgene had in een zekere Eijf een even goede middenvoor en harde schieter als onze Anton Vermet was.

Op hemelvaartsdag organiseerden we dikwijls serie-wedstrijden. Deze zijn vele malen door de regen verknald. Soms geheel afgelast. Dat was voor de organisator een reuzestrop, want er kwamen toch soms zes elftallen die deelnamen.

Bij het groter worden en het in competitieverband spelen bracht een hoop administratie mee, die niet altijd goed werd gevoerd. Zo was er nogal eens wisseling van functies,
hetgeen niet altijd goed uitkwam.

Gelukkig kregen we in de veertiger jaren dr. ten Have als voorzitter, die zorgde voor een trainer in Jan Goedee. Deze trainde beide elftallen. Hij woont nog in Goes. Dr ten Have was iemand die vrede kon stichten als dat nodig was, die een speler op zijn nummer kon zetten zonder dat dat tot ruzie leidde en hij bij de Voetbalbond in Middelburg nogal eens wat recht zetten als er wat verkeerd was gegaan met formulieren en zo.

Na ten Have nam zijn opvolger dr Zonnevylle zijn functie over. De club was in de oorlogsjaren al een gevestigd gegeven in de gemeenschap en behoudens de gebruikelijke inzinkingen of gebrek aan spelers, als onmisbaar aanvaardt.

Ik heb al het wel en wee meegemaakt tot ik ongeveer twee en dertig was, toen ben ik er meer opgehouden. Ik was getrouwd, had kinderen en een bedrijf. Zodoende heb ik twintig jaar actief meegedaan. Steeds met groot genoegen en heb altijd als grootste voordeel van voetbal als teamsport gevonden dat je samen tracht iets te bereiken en dat iedereen daar zijn uiterste best voor doet. Dat schept ongelooflijk hechte riendschapsbanden.

Dat geldt overigens voor alle teamsporten denk ik. Samen verliezen, samen ook winnen en dus samen treuren of blij zijn. Jaren later bij het ontmoeten van de oude maten uit KDO, was het altijd weer “weet je nog toen jij die penalty miste”? Toen de keeper uit het eerste elftal in een zwarte directoire van zijn zuster in het doel stond? Die geweldige save van Sijbrand of die fantastische goal van Sacco.
En toen we op een zomeravond eens naar Kortgene waren gaan voetballen, een aantal spelers de laatste boot misten en toen maar aan de dijk zijn blijven overnachten?

Sijbrand van de Broeke was zo’n goede keeper dat men van Goesse Boys en van Robur verschillende malen heeft geprobeerd om hem bij ons weg te halen. Ook de Goesse club, de Zeeuwse Boys probeerden dat. Er hebben ook jongens van buiten onze gemeente VVA (zo heette de club uiteindelijk) gespeeld. Dat was niet altijd een succes heb ik begrepen.
Het is geen sluitend geheel geworden, maar hoop toch dat ik een beetje een verhelderend beeld heb kunnen geven van de eerste jaren KDO tot aan VVA 1960.

Startpagina
Naar boven
Vorige
Volgende Mail de redactie